Musea, theaters, toneelverenigingen, muziekscholen, bibliotheken, (amateur)kunst, centra voor kunstzinnige vorming, podia en filmhuizen vertegenwoordigen gezamenlijk een niet-limitatieve opsomming van organisaties die zich bezighouden met het presenteren en toegankelijk maken van "cultuur". Om van te genieten, al dan niet samen met anderen, door te kijken en/of te beleven. Om te ontdekken en jezelf te verrijken. Om eigen talenten te ontwikkelen. Cultuur staat ook voor creativiteit. De relatie tussen cultuur, creativiteit en economische structuur blijkt steeds sterker te worden. Zo wordt er inmiddels gesproken over de "creatieve industrie" waaronder naast de eerdergenoemde organisaties, ook sectoren worden gerekend als mode, entertainment, reclame, architectuur en media. Deze industrie heeft zich in Nederland in de afgelopen jaren gekenmerkt door een bovengemiddelde werkgelegenheidsgroei. De culturele- en creatieve sector speelt derhalve een belangrijke rol in persoonlijke vorming, de maatschappij en economie. Niet iedereen komt als vanzelf met cultuur in aanraking. Reden voor de overheid om cultuurparticipatie in algemene zin te bevorderen en specifiek onze jeugd en jongeren in aanraking te brengen met cultuur. Programma's als "Actieplan Cultuurbereik", "Cultuur en School", maar ook de invoering van het vak Cultureel Kunstzinnige Vorming zijn daar illustraties van. De combinatie met onderwijs is een bewuste keuze. Sterker nog, de brede school wordt door de rijksoverheid gezien als de schakel naar diverse culturele instellingen. Aansprekende, vraaggerichte culturele programma's en activiteiten zijn een must om doelstellingen qua cultuurparticipatie en -educatie te kunnen bereiken. Echter, ook adequate organisatie- en beheervormen die een bedrijfsmatige exploitatie ondersteunen zijn van belang en vinden vaak een eerste basis in de investering die gepleegd dient te worden om culturele accommodaties te realiseren. Hoewel (gemeentelijke) overheden bereid zijn culturele instellingen financieel te ondersteunen, worden steeds hogere eisen gesteld aan te verkrijgen subsidie en te leveren tegenprestaties.
Cultuur ondersteunt in hoge mate of is zelfs medebepalend voor de kwaliteit van de toeristische infrastructuur in een stad, regio of land. Hierbij wordt wellicht voornamelijk gedacht aan musea, kunstateliers en galerieën, maar ook cultuurhistorie en eigentijdse cultuur speelt hierin een belangrijke rol. Steden met een historisch centrum, beschermd stads- of dorpsgezicht of monumenten mogen zich verheugen in toeristisch/recreatieve belangstelling, maar dit geldt evenzeer voor steden met een eigentijdse architectuur. De toerist en recreant is mondig en stelt hoge kwaliteitseisen. Mogelijkheden voor een gevarieerde dagbesteding worden gewaardeerd. De levendigheid van een stadscentrum met uitgaansvoorzieningen en bezienswaardigheden, wisselt men vandaag de dag graag af met sportieve of attractieve activiteiten en rust, ruimte en groen doen het ook goed in de toeristisch-recreatieve top-10. Een goed ontwikkeld toeristisch-recreatief product draagt bij aan de economische structuur van een dorp, stad of regio. Tevens kan hiermee een versterking van het algemeen voorzieningenniveau voor de eigen inwoners tot stand gebracht worden. Uitgekiend toeristisch-recreatief beleid biedt een adequaat regie-instrumentarium om deze sector tot ontwikkeling te brengen of te versterken. Samenhang met andere sectoren, waaronder cultuur, vergroot de kansen voor succesvolle ontwikkeling.
Andres c.s. weet op basis van affiniteit, kennis en ervaring conceptueel cultuur- of toeristisch beleid te ontwerpen en doet dit nadrukkelijk vanuit een gerichte scope op een zo hoog mogelijk maatschappelijk en/of economisch rendement. Partnerships met aanverwante sectoren verhogen de kansen op succesvolle implementatie en worden met regelmaat toegepast. Programma- of productsubsidiëring biedt het kader van een adequate gemeentelijke regierol, zowel op inhoud, te behalen resultaten als maximalisering van financiële ondersteuning.
referenties : Cultuur & Toerisme